Artikel T&L: Beplantingsrichtlijn voor geluidsschermen

Artikel T&L: Beplantingsrichtlijn voor geluidsschermen

De  intenties zijn meestal goed, volgens Erik Muggen van Greenwall, zowel van opdrachtgever, ontwerper als aannemer. Een geluidsscherm dat met groen beplant wordt ziet er aantrekkelijk uit, groen filtert fijnstof, slaat CO2 op en produceert zuurstof. Nog belangrijker; groen verkoopt. De vergunningverlening voor het geluidsscherm verloopt net even makkelijker verloopt en er zijn wellicht ook nog wat subsidiepotjes voor te vinden.

Groen als sluitpost

Maar toch gaat het vaak mis in de uitvoering. Het groen blijkt vaak de sluitpost van het werk, waarbij kostentechnisch vaak gekozen wordt voor het toepassen van te kleine planten, geplant in straatzand op een te grote afstand van elkaar. De bamboe plantstok blijft bij de kluit staan, want daarmee kan de plant aan het scherm vastgezet worden en het tijdig vervangen van dode planten is vaak niet aan de orde.

Het resultaat is het beeld van een geluidsscherm met armetierige beplanting, dat er jaren over doet om volledig te begroeien, en dus niet doet wat het zou moeten doen: vergroenen. Om dit soort teleurstellingen te voorkomen heeft Greenwall het GGS (Groen GeluidsScherm) beplantingsmodel in het leven geroepen. Een eenvoudige en beknopte lijst van voorwaarden waaraan een beplanting van een geluidsscherm zou moeten voldoen. Het beplantingsmodel is voor iedereen vrij te gebruiken. Greenwall wil hiermee mislukkingen voorkomen en zorgen dat groene geluidsschermen een goede naam houden. Muggen: „Te vaak zie je dat een (civieltechnische) aannemer na de bouw nog wat gaatjes graaft er Hedera in plant en de boel oplevert. Dat is slecht voor de hele markt van groene geluidsschermen”.

Beplantingsmodel

Het beplantingsmodel beschrijft de kwaliteit van de plantstrook langs het scherm; de grootte en kwaliteit van de planten; de manier van bevestigen en de afwerking met een strooisellaag.

Greenwall GGS-beplantingsmodel:

  • Per m1 scherm worden 4 planten geplant.
  • De grootte van de planten is 50-75% van de hoogte van het geluidsscherm, afgewisseld met lage planten volgens een sinus-model.
  • De klimplanten zijn voorzien van minimaal 3 ranken, ogen fris en sterk en vertonen uitlopers.
  • De plantvariëteit bestaat voor minimaal 80% uit Hedera, evt. aangevuld met andersoortige klimplanten zoals Parthenocissus of Lonicera.
  • Inboet en onderhoud zijn inbegrepen.
  • De plantstrook van 30 x 30 cm bestaat uit bemeste teelaarde met 5-10% organische stof, heeft een ph van 4,5-6,5, bevat meststoffen N-P-K + Mg, vocht en lucht voor een optimale groei, en wordt afgestrooid met een onkruidwerende organische deklaag.

Door het planten in een sinus-model raakt scherm volgens Greenwall het snelst van onder tot boven groen. Bij alleen gebruik van hoge planten bestaat de kans dat alleen de bovenkant van het scherm groen wordt en bij te kleine planten duurt het lang voordat de bovenkant van het scherm groen is.

Gebruik van voornamelijk Hedera brengt weliswaar de gevaren van monocultuur met zich mee – wanneer een ziekte uitbreekt in de soort is de schade meteen erg groot. Maar de voordelen van Hedera voor geluidsschermen zijn dusdanig dat Greenwall hier toch voor gekozen heeft. Muggen: „We zoeken altijd naar nieuwe soorten maar tot nu toe is er geen enkele soort die in de buurt komt van Hedera. De schermen groeien snel goed dicht en het beeld is jaarrond mooi groen.” Greenwall neemt het GGS-beplantingsmodel standaard op in haar aanbiedingen richting haar opdrachtgevers.